Mats KeulstraZijn doel zijn de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles, maar Mats Keulstra realiseert zich dat hij nog een lange weg te gaan heeft. De 20-jarige triatleet uit Best traint elke dag meerdere uren en heeft er alles voor over om zijn droom te verwezenlijken. Onlangs werd hij Nederlands kampioen aquathlon. “Ik weet dat ik ambitieus ben.”

 Hij was in Maarssen de beste van ruim vijftig deelnemers. Hij kwam na 1 kilometer zwemmen en 5 kilometer alleen over de eindstreep. “Ik heb me hierdoor gekwalificeerd voor het Europees kampioenschap in Portugal, maar ik ga daar niet heen. Het valt immers samen met een wedstrijd om de European Triathlon Union Cup in Oostenrijk. En als ik wil stijgen op de World Triathlon Ranking, dan moet ik zoveel mogelijk punten halen tijdens de ETU-Cup-wedstrijden.”

 Mats vindt het dan ook een beetje vervelend om te zeggen, maar het NK aquathlon was voor hem niet meer als een ‘tussendoortje’. “Het paste goed in mijn trainingsschema en ik wist dat ik wel een goede kans maakte om een medaille te winnen. Dat ik uiteindelijk heb gewonnen, is een mooie bonus.”

 Zijn focus ligt echter op de triathlon: dus met drie disciplines: zwemmen, fietsen en lopen. “Er zijn door de jaren heen allerlei varianten ontstaan en ook verschillende afstanden”, legt Mats uit. “Ik richt me voornamelijk op de ‘Olympic distance’: 1.500 meter zwemmen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer lopen.”

 Leuker

Dat is dus heel wat anders dan de afstanden die de deelnemers aan de Iron Man afleggen. De wedstrijden hiervan bestaan uit: 3,86 kilometer zwemmen, gevolgd door 180,2 kilometer wielrennen en 42,195 kilometer hardlopen. Mats: “Het is voor sommige atleten heel leuk, maar voor de meeste kijkers is bijna 7,5 uur veel te lang. Dan is de Olympische variant een stuk interessanter. Als deelnemers vind ik het persoonlijk ook leuker.”

 Tijdens de wedstrijden om de ETU Cup kan Mats zich meten met de Europese top. “Hier zitten ook jongens tussen die naar de Olympische Spelen gaan. Natuurlijk zijn niet bij alle wedstrijden de allerbeste aanwezig, maar in Europa heb je heel veel goede triatleten. Met een finaleplaats zou ik dan ook al heel tevreden zijn. Momenteel hoor ik zo’n beetje bij de beste tien triatleten van Nederland. Onlangs werd ik derde in een eredivisiewedstrijd, maar moet ik er wel eerlijk bij zeggen dat enkele toppers er niet waren.”

 Ambitieus

De Olympische Spelen zijn -zowel letterlijk als figuurlijk – nog ver weg. Mats: “Je moet voldoen aan bepaalde internationale criteria en het NOC moet je voordragen. Bovendien is ook je ranking bij de World Triathlon Organization van belang. En er kunnen natuurlijk maar een paar triatleten naar Los Angeles. Ik realiseer me dat het een ambitieus plan is, maar zonder dromen kom je nergens. De komende vier jaar moet ik me bewijzen!”

 Hoewel je zou denken dat het vooral de meer ervaren triatleten zijn die succes halen, geeft Mats aan dat er een hele sterke groep jonge atleten zich meldt bij de nationale top. “Verschillende jongens die eigenlijk nog in de juniorenklasse of in de categorie onder-23 horen, doen al mee bij de grote jongens. En ook al echt serieus presteren. Dit wil niet zeggen dat ze ook internationaal doorbreken, maar het geeft wel aan dat er in Nederland best wel wat triatlontalent zit.”

 Superdruk

Vooralsnog combineert Mats zijn drukke bestaan als triatleet met een mbo-studie engineering. Volgens zijn zeggen ‘geen superdrukke studie’, maar waarvoor hij eigenlijk binnenkort wel stage moet lopen. “Al mijn tentamens heb ik gehaald en ik moet nu als laatste nog mijn proeven doen. Dit zijn examens, waarbij ik ook enkele maanden stage moet lopen. Dat is… eh… wel even lastig. Ik wil heel graag kiezen voor triatlon, maar ik krijg niet een paar ton als ik wedstrijden win.”

 De meeste deelnames aan (internationale) evenementen worden dus grotendeels door Mats zelf betaald. “Natuurlijk draagt de Nederlands Triatlonbond ook wat bij – als ik voor Nederland uitkom – en betalen mijn ouders geregeld wat. Anders was het niet te doen om ook in het buitenland aan wedstrijden mee te doen. Op het allerhoogste niveau zijn triatleten die er – met hulp van sponsors – goed van kunnen leven, maar dit is voor mij nog niet aan de orde. Voor de meesten niet trouwens…”